ARTIKEL

 

02 MEI 2012

Welkom in het land van Big VDAB

Welkom in het land van Big VDAB

Sinds kort kan je in ons land openlijk zeggen dat er iets mankeert met de Europese Unie en al die vreemde dictaten en plannen op financieel, sociaal en economisch vlak. Toch blijft het allemaal wat abstract: de verdragen, de sixpac, de EU 2020 doelstellingen…

Nochtans worden al die dingen ook in ons land concreet toegepast. En het gaat daarbij niet alleen over allerhande besparingen. Nu we ontdekt hebben hoe verkeerd het zit met het grote verhaal van Europa, is het misschien interessant om eens in te zoemen op het kleine Europa. Het Europa van de VDAB en haar werkzoekenden. Het Europa van activering, uitzendwerk en lage lonen. Niet gewoon interessant. Eigenlijk is het alarmerend. Ook bij ons!

Feesten, knikken en zwijgen

Eind januari stelde de Oost-Vlaamse VDAB in Gent trots haar nieuwe structuren en plannen voor. De provinciale plannen zijn representatief voor heel Vlaanderen en roepen heel wat vragen op. Nochtans is er op dit soort van evenementen meestal geen plaats voor vragen of tegenspraak. Je moet het gezellig houden.

Voor wie het niet echt volgt, VDAB is de laatste tien jaar uitgegroeid tot de absolute regisseur van het hele Vlaamse arbeidsmarktgebeuren. Wie het vroeger aan de stok had met de (federale) RVA, moet nu vooral bij VDAB over de vloer. Volledig binnen de filosofie van de (mislukte) Lissabondoelstellingen en de nieuwe ‘Europe 2020’ doelen (1) willen onze politici hun activeringsbeleid nu nog aanscherpen. Een concrete stap was om binnen het nieuwe regeringsakkoord de deelstaten nog meer arbeidsmarktbeleid toe te stoppen. Wie de situatie vandaag kent, weet dat dit niet veel goeds voorspelt. In Vlaanderen regeert het activeringsverhaal.

Toch is de neiging om mee te vieren bij velen vooralsnog groter dan de goesting om publiek het debat aan te gaan over de echte (Europese) motieven achter en gevolgen van een doorgedreven activeringsbeleid. Ook in Gent dronk iedereen gewoon een glaasje mee op de nieuwste plannen.

Monopolie

De Vlaamse regering voert haar arbeidmarktbeleid exclusief via de bijna 5.000 personeelsleden sterke VDAB (2). De organisatie is een van de sterkste zelfstandige overheidsinitiatieven in het land. Een ‘staat in de staat’ is wat veel gezegd, maar het aantal gevallen waarin politici de VDAB achterna hollen – in plaats van omgekeerd – zijn legio en nemen toe.

Een ‘staat in de staat’ is wat veel gezegd, maar het aantal gevallen waarin politici de VDAB achterna hollen – in plaats van omgekeerd – zijn legio en nemen toe.

In lijn met de Europese arbeidsmarktleer tracht VDAB alsmaar haar grip op de niet-actieve bevolking te vergroten. Heel wat organisaties en initiatieven uit de welzijnssector, zoals de OCMW’s en CAW’s (Centra voor Algemeen Welzijn) worden sinds enkele jaren door de overheid gestimuleerd om via overeenkomsten met de VDAB de ‘klanten’ in te schakelen in de verplichte zoektocht naar werk.

Ontwikkelingen bij de ‘Centra voor Basis Educatie’ illustreren nog het best de gevolgen van deze trend. De meeste CBE’s werden in de jaren zeventig opgericht met het oog alfabetisering en basiseducatie (lezen, rekenen, cultuur, …). Ze waren gericht op het welzijn en de zelfontplooiing van de moeilijkst bereikbare groepen in de samenleving. De lesgevers waren vaak vrijwilligers met een militante trek.

Vandaag volgen ook deze centra het alomtegenwoordige gebod van ‘iedereen moet aan de slag’. Hun onderwijsaanbod is volledig afgetemd op de arbeidsmarkt en de begeleiders zijn controleurs geworden. Via het CVS-systeem (‘Cliënt Volg Systeem’, een online databestand) rapporteren ze aan VDAB of de klanten al dan niet zijn komen opdagen, hun best doen, goeie punten halen, … Van emancipatieproject naar controleurschap (3).

Voor wat hoort wat. Dat geldt niet enkel voor werkzoekenden of leefloners, maar ondertussen voor zowat alle sociale organisaties. Deelname aan de VDAB-activeringsbatterij levert centen op. Via tenders, besteedt de VDAB ‘loten ‘kansengroepers’ uit aan ‘tenderaars’. Let op. Dit alles is het officiële jargon. De onderaannemers moeten via intensieve begeleiding de mensen die het moeilijkst werk vinden aan de slag helpen. Wie in het kader van een bepaalde aanbesteding de laagste prijs biedt, maakt het meeste kans op de tender (4). Geen deelname, geen centen…

Op die manier heeft VDAB stilaan vat op zo goed als alle actoren in de wereld van begeleiding en opleiding voor mensen zonder werk. Steeds vaker zijn de uitbestedingen ook geschreven op maat van de Randstads en Addeco’s van deze wereld. Niemand ontsnapt aan de groeiende almacht van onze Vlaamse dienst voor arbeidsmarktbemiddeling (en haar beste vrienden).

VDAB-EHBO of Big VDAB?

Terug naar de VDAB-plannen voor 2012. Sinds enkele jaren verzamelt de VDAB de gegevens van alle werkzoekenden in een groot online datasysteem. Werkzoekenden konden al inloggen in hun dossier (‘Mijn VDAB’) en zelf extra informatie toevoegen. Op basis van die data genereren de VDAB-computers dan volautomatsiche matchings tussen de beschikbare vacatures en hun werkzoekenden. Zelfs Europees gesproken is dit een vrij unieke en performante manier om via moderne informatica werkzoekenden op te volgen.

Recent werd ‘Mijn VDAB’ omgetoverd tot ‘Mijn loopbaan’. Een nog veel omvattender gegevensbank die ook werkenden zal bedienen. Het doel is om voortaan de loopbaan van elke actieve medemens op te volgen, ook wie momenteel aan de slag is. Maar is dit wat we willen? Gaat het hier over online EHBO voor werkzoekende burgers? Of hebben we hier te maken met een soort Big VDAB die ons van de ene job in de andere zal duwen? Enkele elementen wijzen op dat tweede.

Ten eerste zijn er maar weinig mensen op de hoogte van het bestaan van hun online dossier. Wat nog minder mensen weten, is dat wanneer ze bepaalde zaken niet of verkeerd inputten zijzelf daar voor verantwoordelijk zijn. Dat komt omdat de gemiddelde VDAB-consulent te weinig tijd heeft (of neemt) om mensen goed in te schrijven en uit te leggen hoe alles werkt. Met ‘Mijn Loopbaan’ zal dat niet per se veranderen.

Wie volgens het dossier op zoek is naar een baan als ‘productiearbeider’, maar niet reageert als VDAB zulke vacatures doorstuurt, is in de fout. In wiens jobverleden niet aangevinkt staat welk werk niet voor herhaling vatbaar is, zit evengoed met een probleem. In het slechtste geval leidt zo’n situatie tot de schorsing van je uitkering. Maar – en hier komt de kat op de koord – hoe kan je een dossier bijhouden waarvan het bestaan of het belang je niet afdoende zijn ingepeperd?

Ten tweede kan niet iedereen even goed met de computer werken. Toevallig zijn het zelfs de mensen die het vaakst en het langst op zoek zijn naar werk, die doorgaans het minst bedreven zijn in klikken en surfen. Waarom alles op computers laten draaien als de doelgroep nood heeft aan toegewijde begeleiders met veel tijd en geduld? En worden deze mensen op deze manier niet eerder extra afhankelijk, in de plaats van zelfredzaam?

Waarom alles op computers laten draaien als de doelgroep nood heeft aan toegewijde begeleiders met veel tijd en geduld?

Ten derde integreert de nieuwe ‘Mijn Loopbaan’ het reeds aangehaalde CVS-systeem. Dossiers zijn dus niet enkel toegankelijk voor de VDAB en de ‘cliënt’, maar ook allerhande andere consulenten die via een tender de werkzoekende (of nu ook werkende) begeleiden. En de informatie die de ene geeft, blijft plakken en komt terecht bij de andere. Zo is het de bedoeling om in ‘Mijn Loopbaan’ ook informatie van uit de school op te nemen. In de toekomst lezen tenderaars – ter herinnering, dat zijn in toenemende mate uitzendbureaus – in het dossier van elke Stijn of Valerie mee dat ze ‘het moeilijk hebben met gezag’ of ‘zich niet inzetten in de les’. Wie in de jonge jaren schoolmoe of tegendraads was, sleept dat voortaan een hele loopbaan mee. Tot in de pc van de werkgever.

Als we verder gaan op deze weg managet de overheid in de nabije toekomst het totaal aan loopbaankeuzes van haar burgers. Nochtans leven we niet om te werken, we werken om te leven. De vrijheid om zelf je job te kiezen is dus belangrijk. Welkom in het land van Big VDAB.

Boerenjaar voor uitzendsector

FEDERGON is de werkgeversfederatie van de uitzendsector. Minder gekend dan VOKA, VBO of Unizo, maar daarom niet minder efficiënt. Om het met een boutade te zeggen: wat FEDERGON het ene jaar als strategische doelstellingen aanvinkt in haar jaarplan, duikt het volgende jaar op als beleidsverklaring.

Voor wie een beetje ervaring heeft met werk zoeken, komt dat niet als een verrassing. Iedereen weet dat als je vandaag op zoek bent naar snel werk, je een interimkantoor moet binnenstappen. De vlotte uitzendconsulenten zijn de eerste lijn in werkzoekendenland. Elk jaar versterkt die tendens zich. Vooral voor mensen met minder kwalificaties is er geen ontkomen aan de McJobs van een week of zelfs maar een dag.

We zijn de laatste jaren met z’n allen erg gewend geraakt aan al die uitzendkantoren. Maar we mogen niet vergeten dat de steile opgang van interimarbeid ‘niet normaal’ was. Letterlijk gesproken dan. Al die jaren was het gros van de uitzendarbeid in strijd met het Belgische arbeidsrecht. Volgens de wet van 1974 zijn er drie legale motieven om iemand met een interimcontract te werk te stellen: 1) tijdelijke vervangingen, 2) bij tijdelijke vermeerdering van het werk en 3) bij de uitvoering van uitzonderlijk werk. Het zogenaamde ‘vierde motief’, de gewone instroom op de arbeidsmarkt via interim, was niet wettelijk (5).

Was, want dit alles dreigt nu te zullen veranderen. In haar memorandum voor de laatste federale verkiezingen stelde FEDERGON dat het tijd werd om dit vierde motief toe te laten (6). Na jarenlang gelobby van de werkgevers hebben de sociale partners hier nu een akkoord over bereikt (7).

Hoewel alle onderhandelaars spreken over een uitgebalanceerd akkoord dat meer zekerheid en betere kansen geeft aan alle interimmers, moeten we onszelf geen blaasjes wijsmaken. Met de invoering van uitzendwerk zonder restricties (zelfs in de publieke sector) sneuvelt een belangrijke wettelijke en morele rem op de precarisering van de arbeid in ons land.

Hoewel alle onderhandelaars spreken over een uitgebalanceerd akkoord dat meer zekerheid en betere kansen geeft aan alle interimmers, moeten we onszelf geen blaasjes wijsmaken. Met de invoering van uitzendwerk zonder restricties (zelfs in de publieke sector) sneuvelt een belangrijke wettelijke en morele rem op de precarisering van de arbeid in ons land. Een boerenjaar voor FEDERGON zowaar.

VDAB + FEDERGON

Op 2 juni 2006 richtten VDAB en FEDERGON samen een Publiek Private Samenwerking op, de vzw PPS VDAB-FEDERGON. Aangezien huwelijken tussen overheidsdiensten en werkgeversfederaties niet alledaags zijn, verdient deze vzw onze aandacht.

Daarbij komt dat de idee van “interim als opstap naar vast werk” op zijn minst erg omstreven is. Al sinds jaar en dag hameren de vakbonden er op dat interimwerk leidt tot slechtere werkomstandigheden, jobonzekerheid en een lager inkomen. Hierbij is ook de link tussen interimwerk en armoede al meer dan eens gelegd.

De statuten van deze vzw kan je hier nalezen. Niet alleen de deelname in de raad van bestuur van belangrijke personen zoals VDAB-baas Fons Leroy zelve en FEDERGON-chef Herwig Muyldermans valt op. Verschillende zinnen zetten aan het denken en springen in het oog en moeten kritisch tegen het licht gehouden worden.

  • De      vereniging heeft tot doel: “door samenwerking tussen VDAB en FEDERGON bij      te dragen tot een transparante arbeidsmarkt in Vlaanderen en een betere      afstemming op deze arbeidsmarkt”.

Ten eerste, waarom gaat de VDAB enkel met de uitzendsector een dergelijke diepgaande samenwerking aan? Wat met de metaal- of de houtsector? Wat met de vakbonden, die de werknemers verdedigen? En heeft de VDAB evenveel energie over voor de niet-commerciële arbeidsmarktbemiddelaars, zoals Groep Intro, Vokans of Kopa?

Waarom gaat de VDAB enkel met de uitzendsector een dergelijke diepgaande samenwerking aan?

Ten tweede, maakt een kluwen aan korte interimcontracten de arbeidsmarkt niet juist bijzonder ontransparant voor zowel werkzoekenden als werkenden. Hoeveel verdien je vandaag? Hoeveel verdien je morgen? Komt je collega morgen terug?

  • De      vereniging heeft tot doel: “het verhogen van de inzetbaarheid van de      uitzendkrachten”.

Voor alle duidelijkheid, deze statuten zijn geschreven op een moment dat de wetgever deze “inzetbaarheid van de uitzendkrachten” bewust beperkte. We weten ook dat voor FEDERGON die verhoogde inzetbaarheid vooral aankwam op het invoeren van dat verboden ‘vierde motief’. Mengt VDAB zich hier als (neutraal) overheidsinitiatief niet in het sociaal overleg? En heeft VDAB, indien er is geholpen om dat vierde (instroom)motief toch al toe te passen, niet bewust enkele jaren mee buiten de lijntjes van de wet gekleurd?

  • De      vereniging heeft tot doel: “het leveren door de gezamenlijk ontwikkelde      projecten en/of de nieuwe diensten van extra toegevoegde waarde aan de      FEDERGON-leden”.

FEDERGON als werkgeversfederatie is een koepel van bedrijven die winst moeten maken. “Extra toegevoegde waarde aan de FEDERGON-leden” kan je daar niet van loskoppelen. We moeten ons durven afvragen of VDAB als overheidsdienst wel een rol te spelen heeft in het opkrikken van de rendabiliteit van een commerciële sector.

Heeft VDAB als overheidsdienst wel een rol te spelen in het opkrikken van de rendabiliteit van een commerciële sector?

Het geheel doet denken aan de inmiddels welbekende Maddens-doctrine. Kleur als beleid continu buiten de lijnen van je wetten en regels om uiteindelijk op basis van voldongen feiten die wetten zonder veel tegenkanting en debat te veranderen naar eigen welbevinden.

Hoewel het vierde motief verboden was, prijkten jarenlang massa’s interimvacatures met een duidelijk instroommotief (“optie vast werk”) op de VDAB-zoekcomputer. De laatste jaren had FEDERGON een ijzersterk argument om de wetgeving in haar voordeel aan te passen: “Het is toch al zo. Iedereen gebruikt interim om instroom te genereren. Met dank aan de goede contacten, plannen en afspraken binnen de vzw PPS VDAB-FEDERGON?

Van activering naar lageloonsector

De ‘actieve welvaartstaat’ van Vandebroucke was een vertaling van de eerste Europese plannen om de Europese arbeidsmarkt te hervormen. Sindsdien is ‘activering’ een basisbegrip geworden onder werklozen (nu werkzoekenden) en hun begeleiders. Mensen moeten actief naar een baan zoeken en mogen vooral niet al te kieskeurig zijn.

Ergens onderweg heeft zich daar de uitzendsector tussen gewrongen. Zoals gesteld volledig in strijd met de gangbare wetgeving, maar niettemin gesteund vanuit de VDAB (en vanwege haar ministers). Werklozen die vandaag een interimjob weigeren, ook al gaat het over een slecht betaald dagcontract op een plek die hen niet ligt, zullen sancties oplopen (= inkomen verliezen). Meer en meer is de activering een middel om mensen tegen hun zin te werk te stellen voor weinig geld en in slechte omstandigheden.

Zowel aan de onderhandelingstafel, als op de werkvloer hebben de vakbonden het blijkbaar erg moeilijk om hier voldoende tegengas te geven. Niet in het minst omdat de verhaaltjes over luie profiteur (het culturele bijproduct van activeringsmechanica) zo diep zijn doorgedongen bij de “hard werkende Vlaming”.

Ondertussen staan alle lichten op groen om ook bij ons, net zoals in bijvoorbeeld Duitsland, een heuse lageloonsector uit te bouwen. Wie jong, laaggeschoold, anderstalig, ‘arbeidsgehandicapt’ of gewoon wat tegendraads is, mag uitkijken naar een lange en precaire loopbaan bij tientallen slecht betalende werkgevers. Om vervolgens nooit aan 45 jaar voltijds werk te geraken en bijgevolg een oude dag te beleven met een overlevingspensioen van enkele honderden euro’s.

Ondertussen staan alle lichten op groen om ook bij ons, net zoals in bijvoorbeeld Duitsland, een heuse lageloonsector uit te bouwen.

Het wordt daarom tijd om een kat een kat noemen. De politie is misschien nog onze vriend, maar de VDAB vandaag zeker niet meer. Tenminste, niet zolang de top van de organisatie koekjes bakt met de werkgevers van de grote interimkantoren en hun lobbymannen (en vrouwen). Liever dan de eigen ‘klanten’, hun vakbonden en de vele derdenorganisaties (die meer op maat kunnen werken dan de interimkantoren en dichter staan bij de werkzoekenden) te betrekken bij een kwalitatief beleid op zoek naar duurzaam werk op maat voor iedereen.

Het wordt tijd dat de begeleiders en opleiders, ook die van VDAB (!) wat hun mond open doen op die partnerfeestjes. Niemand is gediend met monopolies of taboes. Mensen aan het werk helpen is goed en normaal. Mensen in nepstatuten en hamburgerjobs duwen is iets anders. Het grote Europa van de schuldencrisis dreigt dichter bij huis te zorgen voor een klein Europa van de actieve (loon)besparingsstaat, uitgebaat door Big VDAB en de uitzendsector. Dat kan niet de bedoeling zijn. Tijd voor reactie!

(1) Europe 2020 - Europe's growth strategy
(2) Rode kaart voor personeelsbeleid VDAB (De Standaard)
(3) Het pomphuis van de 21ste eeuw, Roger Jacobs en Jef Van Doorslaer
(4) Tender, een geval van concurrentievervalsing? (TiensTiens)
(5) Federgon stelt vakbonden nieuw kader interimarbeid voor (Knack)
(6) De 10 prioriteiten van Federgon voor een betere werking van de arbeidsmarkt
(7) Betere bescherming uitzendarbeid moeten tegen juli een feit zijn (De Standaard)

Flyer